zaterdag 5 september 2015

Paddenstoelenkoorts

Het prettige van leven in het bos, is dat je de plekken kent waar wat groeit. Althans, waar het het vorige jaar groeide. Met deze regenachtige dagen schieten de paddenstoelen als, (ja ja) als paddenstoelen uit de grond,-). En dus zoek ik de plekken waar vorig jaar de Goudhoed (Phaeolepiota aurea) groeide...
Gevonden! Al weken kijk ik op deze plek, maar vandaag tref ik haar in babyformaat. Ze moet nog maar een poosje doorgroeien!
Verder gaat de tocht naar die ooit omgevallen boom, waar de wortels nog half in een watertje staan en blijkbaar een goede voedingsbodem vormt voor de Dennenvoetzwam (Phaeolus Schweinitzii).
Yes. Ook weer raak.
Ik kom oude bekenden tegen, maar ook  een enkele (voor mij ) nieuwe.
koraalzwammetje (calocera viscosa)
Nee hoor, geen stoel maar een eikel. Deze heeft zijn hoed nog op.

Bruine bekerzwam (peziza badia)

 Gideon heeft geen enkel ontzag voor al die tere wezens op de bosgrond en loopt heel veel van die arme stelen omver. Zijn enige belang is dat zijn bal gegooid wordt! Ach, en dat doe ik dan maar braaf....
Russula


Gewone zwavelkop  (Hyploma fasciculare)
Als ik 's middags op de fiets (door de regen) nog een boodschap doe zie ik deze in de berm tegen een hek geleund. Oranje fluorescerend schijnt ze me tegemoet. Nog nooit gezien. Het lijkt een aangevreten pompoen. In ieder geval zijn er dieren die er van eten. Op de terugweg verdwijnt ze in mijn fietstas.
Thuis duik ik in de paddenstoelenboeken. Het lijkt het meest op een zwavelzwam (Laetiporus sulphureus), maar die parasiteert op levende bomen en deze stond toch echt in het gras. Volgens het boek 'the rainbow beneath my feet', welke paddenstoelen beschrijft met kleurstof geeft deze geen kleur af. En dat verbaasd me.
Ik denk dat ie binnenkort toch in mijn verf pan verdwijnt,-)

vrijdag 4 september 2015

Ree

Op een dag hoorde Ree dat Grote Geest hem riep vanaf de top van Heilige berg. Ree ging onmiddellijk op pad. Het wist niet dat een verschrikkelijke demon de weg naar de woonplaats van Grote Geest bewaakte. De demon probeerde alle wezens van de schepping weg te houden bij Grote Geest. Hij wilde dat alle schepselen zouden denken dat Grote Geest met rust gelaten wilde worden. Daardoor zou de demon zich machtig voelen: Hij zou in staat zijn om alle schepselen angst in te boezemen.
Ree was helemaal niet bang toen het op de demon stuitte. Dit was merkwaardig. De demon was het archetype van alle afstotende monsters die er ooit bestaan hebben. De demon ademde vuur en rook uit en maakte walgelijke geluiden om Ree bang te maken. Elk normaal wezen zou gevlucht zijn of ter plekke dood zijn gebleven van angst.
Ree echter zei vriendelijk tegen de demon: 'Laat me er alstublieft door. Ik ben op weg naar Grote Geest.'
De ogen van Ree waren vol liefde en mededogen voor deze uit zijn krachten gegroeide bullebak van een demon. De demon was verbijsterd door het gebrek aan angst van Ree. Hoe hij zijn best ook deed, hij kon Ree niet bang maken, omdat de liefde van Ree tot zijn gepantserde, lelijke hart was doorgedrongen.

Tot groot ongenoegen van de demon begon zijn steenharde hart te smelten, en zijn lichaam kromp tot het formaat van een walnoot. De volhardende liefde en zachtheid van ree hadden de demon doen smelten. Dankzij deze zachtheid en zorgzaamheid belichaamd door Ree, is de weg nu vrij voor alle kinderen van Grote Geest om Heilige Berg te bereiken zonder dat hun weg geblokkeerd wordt door de demonen van de angst.
Ree leert ons de kracht van zachtheid te gebruiken om de harten en geesten te raken van gewonde wezens die proberen ons weg te houden van Heilige Berg..........
Uit; Medicijnkaarten, dieren als symbolen van helende kracht door Jamie Sams en David Carson